|
De Grote Kerk Oostzaan
dateert uit 1760
|
 |
Op
de plek van de huidige Grote Kerk stond omstreeks
1400 de eerste kerk van Oostzaan, de Sint-Catharina
kerk, gewijd aan de heilige Catharina (van
Alexandrië). In de Tachtigjarige oorlog
met Spanje (1578-1648) werd de kerk in 1573
door Spaanse troepen in brand gestoken. In
1630 werd uiteindelijk de kerk herbouwd, meer
oostelijker, dus richting de Ringvaart. Aan
de voorzijde bouwde men een vierkante, platte
toren.
|
|
Tweede kerk
met molens |
 |
De
prent boven van deze tweede kerk getekend
in 1726 door J.Stellingwerf. Opvallend
is het aantal molens dat in de kerkbuurt
stond. In totaal hebben er 20 molens
in Oostzaan gestaan, een meelmolen,
houtzaagmolens en meerdere pelmolens.
Plus uiteraard de drie watermolens welke
zorgden voor het waterpeil in de polder
Oostzaan. De namen van deze laatste
molens waren De Waker, De Slaper en
de Dromer. Ander molens hadden als naam
De Glazenmaker, de Hoop, de Leertouwer
en de Posthoorn. Nu weet u gelijk hoe
we aan onze straatnamen komen.
 |
|
|
Kaarskronen
|
 |
|
|
| Geschonken
door welvarende
burgers in 1651.
Komen dus uit
de vorige kerk. |
|
|
|
|
|
Predikantenbord
|
 |
|
|
Vier
volle en een blaco bord
dat enkele weken geleden
is opgehanden.
12 predikanten op een bord.
15 borden nog mogelijk.
In het jaar 2980 zit de
kerk vol. |
|
|
|
Huidige
Grote
Kerk Oostzaan |
 |
| Rond
het midden van de 18e eeuw verkeerde
de Tweede kerk in slechte staat.
Men besloot het gebouw af te
breken en een nieuwe kerk te
bouwen. In 1760 was deze klaar.
Inmiddels was de kerkgemeenschap
meegegaan met de Reformatie.
Dit is duidelijk te zien in
de architectuur en de inrichting
van het gebouw.
De Grote Kerk Oostzaan op het
Kerkplein is van baksteen gemaakt.
De muren worden verstevigd door
steunburen. Aan de voorkant
staat een toren met een kerkklok.
De vloer bestaat uit zerken
van een steensoort uit Scandinavië.
De beroemste grafsteen is de
driemaster, de rustplaats van
zeerover Claes Compaen. Maar
er zijn ook grafstenen van burgemeesters
en predikanten. De kansel, de
plek waar dominee staat te preken,
wordt bereikt door een vaste
trap. De spitse toren is ieder
jaar in september op de Open
Monumentendag te beklimmen.
In 2005 heeft men aan de noordzijde
een aanbouw gemaakt, het Bartel
Jacobsz Centrum. De kerkdeur
staat iedere zondag om 10.00
uur open voor iedereen die een
kerkdienst wil bijwonen. |
|
| |
|
|
| De
twee scheepjes die aan de trekbalken
hangen. Zij herinneren aan de scheepvaart,
waarin vele Oostzaners werkzaam waren.
Walvisvaart en traankokerijen. |
De
beroemste grafsteen is de driemaster,
de rustplaats van zeerover Claes Compaen. |
|
|
Zeerover
Claes Compaen
|
 |
Zijn
vader was lid van de Geuzenbenden
van Dirck Duyvel die zich in
de Zaanstreek tegen de Spanjaarden
verzetten, en hij is niet in
een vredelievende tijd opgegroeid.
Hij heeft het vak van zeeman
geleerd op schepen in het bezit
van kaperbrieven, en in die
hoedanigheid heeft hij de abele
sinjeuren een lieve duit aan
buitgeld gebracht.
Om dat Claes best doorhad dat
hij door de sinjeuren behoorlijk
werd bedonderd met de betalingen
voor de veroverde prijzen, besloot
hij om voor eigenrekening te
gaan varen, maar de sinjeuren
voor de kosten te laten opdraaien.
Hij begon met de aanvraag van
een commissiebrief(kaperbrief)
wat inhield dat de heren Staten
verklaarden dat de houder deze
geen schurk was, maar een edel
vaderlander.
Vervolgens kocht hij het schip
Walte te Hoorn van honderdlast
en zeventien stukken, en tachtig
koppen voerende. Omdat hij voor
de aankoop achtduizend Rijnlandse
guldens te kort kwam, ging hij
met zijn commissie brief bij
de sinjeuren langs, die hem
kenden als een trouwe brenger
van prijzen, en deze eerlyckheyt
ende bruyckbare zeebonk het
ontbrekende leenden.
Claes monsterde volk aan, nam
victualie in, en toen hij gereed
was (anker op kon gaan) nodigde
hij zijn geldschieters uit op
een scheymael (afscheidsdiner).
Aan het eind van dit vreetfestijn
deed Claes zijn gasten de aankondiging
dat zijn geld op was gegaan
aan de uitrusting van zijn schip,
en dat hij dus ook de rekening
niet kon betalen, hij was dit
ook niet van plan, net zomin
als het verder spekken van de
beurzen van de heren, groette
vervolgens beleefd en verdween
met zijn schip.
Berouw: De zeerover
kreeg genoeg van het rauwe leven
en verlangde terug naar vrouw
en kinderen, die hij in Oostzaan
had achtergelaten. De Staten-Generaal
voorzagen hem van een pardonbrief
die hem door enkele landgenoten
in Salé werden overhandigd.
Hij vertrok naar de Nederlanden,
maakte een knieval voor Frederik
Hendrik, en bleef tot aan zijn
dood wonen in Oostzaan.
Den
25 februari 1660 sterft binnen
Oostzaen in Kennemerlant (de
Zaanstreek maakte namelijk in
die tijd deel uit van Kennemerlant)
den vermaerden Zee-Roover Claes
Gerritz. Compaen, in grooten
armoede, daer hij nochtans zoo
veele duysenden door seyn Roove
rijen aen sich getrokken; toonde
op het laest sijns levens groot
berouw en leedtwesen der voor
begane boosheden. |
|
|
|
|
|
|
Tweede
Kerk
|
 |
|
|
| Halverwege
de 18e eeuw begon deze tweede kerk zo slecht te
worden dat deze werd afgebroken. Dit als gevolg
van de vele watersnoden. Hoewel de Noorder IJ
en Zeedijk er al geruime tijd lag brak deze regelmatoig
door. Het IJ was veel breder dan nu en stond in
open verbinding met de zee. Achter de doorbraak
ontstond dan meestal een binnenmeertje zoals de
Kolsloot. |
|
|
Kerk
bijna 250 jaar oud
|
 |
|
|
| Er
werd een nieuwe gebouwd voor de prijs van fl. 26.000,-
(11.798 euro) welke vanaf 1760 in het centrum van
de gemeente staat en welke dus over enkele jaren 250
jaar oud is. Reden voor een feestje. |
|